Irish border

In 1986 fietste ik in Donegal, in het noordwesten van Ierland, naar het dorpje Pettigo op de grens met Noord-Ierland. Twintig kilometer door even prachtige als desolate boglands. Hoe zou het leven zijn, daar aan de grens? Pettigo was maar een half dorp. De andere helft lag aan de overkant van het riviertje de Termon en was in 1922, toen de Ierse republiek onafhankelijk werd, toegewezen aan het graafschap Fermanagh in het Verenigd Koninkrijk.
De Termon was de grens geworden. De Britse kant had een andere naam gekregen: Tullyhommon. De Britishness was vooral te zien aan de kleur van de telefooncel: rood. In Pettigo was die groen.
Ik moet aan Pettigo denken wegens de mislukkende Brexit-deal. Als de Britten de EU verlaten, dreigt de open grens tussen de Republiek en Noord-Ierland weer dicht te gaan. Er is geen Ier, ten noorden of ten zuiden, die dat wil. Pettigo en Tullyhommon willen zelfs één gemeenschap worden. Maar de grens open laten kan eigenlijk niet, omdat er dan geen scheidslijn meer is tussen de EU en de Britten. Een onoplosbaar probleem, zo lijkt het.
Toen ik er was, waren Pettigo en Tullyhommon officieel nog strikt gescheiden door een grens, maar je kon die zonder enige controle oversteken, en niet alleen in het dorp zelf. Je kon ook verderop via een voormalige spoorbrug het riviertje over, als iemand je de juiste weg wees. De oude smid Dave Elliott, een presbyteriaan die met zijn vrouw Marion in de Republiek woonde, stak, als hij op de fiets de kortste weg naar Pettigo nam, twee keer de grens over. Niemand legde hem daarbij een strobreed in weg.
In de plaatselijke pub ontmoette ik de eigenaren, de gebroeders Egan. Die lieten me op een zondag een opgenomen BBC-reportage zien waarin de Termon ‘een almaar dieper en breder wordende kloof’ werd genoemd. Gelul volgens de Egans. Katholieken en protestanten waren hier buren, die elkaar hielpen bij het boerenbedrijf, zoals goede buren betaamt. Er was wel eens wat gebeurd in Pettigo. Een protestantse extremist had een bom laten ontploffen in Mill Street. Vier huizen weg. Maar dat was het wel zo’n beetje. En in het noorden was jaren geleden een boerenzoon op zijn tractor doodgeschoten door de IRA, omdat hij connecties had met de UDA (Ulster Defence Association). Het waren altijd outsiders die zulke dingen deden.
Maar kijk wat de BBC ervan maakte. Tijdens een reguliere dienst in het Methodisten-kerkje van Tullyhommon stonden bij de ingang zwaarbewapende Britse soldaten. Maar die stonden daar nooit op een gewone zondag; alleen bij zeer speciale gelegenheden, zoals een huwelijk waarbij militante protestanten aanwezig waren, werd de kerk bewaakt. Ze waren volgens Derry Egan opgetrommeld door de leugenachtige BBC. “De pers houdt van hitsen,” zei hij. “Schaf de televisie een half jaar af en er is vrede.” En hij liet een Amerikaanse krant zien met de idiote kop The Berlin Wall of Pettigo.
Hij riep twee protestantse boeren uit Kesh in het noorden op als getuigen. Die zaten hier omdat de pubs in Kesh op zondag dicht zijn. “Het gaat toch goed hier?” zei Derry. De boeren hadden in een enigszins ongemakkelijke sfeer zwijgend naar die BBC-reportage zitten kijken. Ze reageerden terughoudend. Och ja, dat was ook wel zo, maar je wist het nooit. Er kon elk moment iets gebeuren.
De BBC, met zijn ronkende clichés, overdreef, maar van algehele pais en vree was toch geen sprake. Als je in Kesh was, zag je de Britse vlaggen wapperen en waren de trottoirbanden geverfd in de Britse kleuren. Maar de dichte grens was eigenlijk gewoon open.
En als het aan de Ieren ligt, blijft die open, ook als hij wegens de Brexit dicht gaat.

Bob Frommé
stream_img.jpgDe brug over het riviertje de Termon

 

Advertenties

Haiku Suite

Jeetje, had ik nog bijna de Poëzieweek gemist! Overmorgen is die afgelopen; ik ben nog net op tijd. Het thema van dit jaar, Vrijheid, zal minder herrie opleveren dan dat van vorig jaar, De moeder de vrouw (vermeend seksisme). Maar om dat thema wil ik mij nu niet bekommeren. Nee, ik heb meer belangstelling voor een poëziewedstrijd waarmee ‘mooie geldprijzen’ zijn te verdienen: de Haiku Suite Wedstrijd.
De opdracht is minimaal drie haiku’s te maken die samen een suite vormen. Het thema is niet vrijheid, het thema is vrij. Dan weet ik wel wat ik neem. Mijn thema is dan de aardappel.
Ik heb ze namelijk op voorraad. Ooit dong ik vergeefs naar een prijs genaamd de Vergulde Pieper omdat ik die zelf had verzonnen. Ik had vijf haiku’s en dat is ruim meer dan drie. Daar hoop ik nu goede sier mee te maken.
De Haiku Suite Wedstrijd is, moet ik wel zeggen, niet precies zoals die zou moeten zijn. Kijk, een haiku hoort uit drie regels te bestaan van achtereenvolgens vijf, zeven en vijf lettergrepen. Het regelement zegt dat je je daar niet aan hoeft te houden. Ik zeg: dan is het eind zoek. 5-7-5, dat moet het zijn.
In Japan is de haiku een gestold moment van natuurbeleving, waarbij bomen zich over vijvers buigen en kikkers eenpotig applaudisseren. De berg Fuji is nooit ver weg. En alles moet zeer Zen zijn.
Een beroemde Engelstalige haiku gaat zo:

Into the old pond
A frog suddenly plunges
The sound of water

Haiku’s zijn dus geen podium voor grappenmakerij. Toch waagde ik het twee gedichtjes te maken op het thema pieper die elke sereniteit missen. De eerste beschrijft een scène bij de groenteboer:

Een bintje voor u
Anders nog iets vergeten?
Nee hoor, dat was het

Maar deze kan ook, geplaatst in een huishoudelijke omgeving:

Er kan heel misschien
een harde tussen zitten,
is moeder ons voor

Ik besefte wel dat met die zeventien lettergrepen diepzinniger effecten te bereiken zijn. Als je het over de aardappel hebt, ons nationale knolgewas, kun je helaas geen riet laten ruisen, karpers laten dromen en wolken laten glijden. Maar deze ademde toch een zekere verstilling:

Kleine aardappel
van zijn manteltje ontdaan
hecht zich aan mijn vork

En het thema vrijheid duikt gelukkigerwijs zomaar op in deze:

Gevangen in klei
groeit winterse voedzaamheid
Wij bevrijden haar

En dan had ik ook nog een variant op die Engelse haiku, zij het zonder vijver en zonder kikker:

In de ruime pan
plonst de glanzende pieper
Geluid van water

De hoofdprijs in de Haiku Suite Wedstrijd is voor mij, dacht ik zo.

Bob Frommé

Eenzelvig

De voordelen van de mobiele telefoon hoef ik hier niet uit de doeken te doen. Ik verbaas me er soms zelfs over dat we het ooit zonder dat ding hebben kunnen redden. Het feit dat je in je broekzak het internet met je mee kunt dragen, is al een wonder van formaat.
De nadelen van de mobiele telefoon zijn ook duidelijk. Overal en altijd bereikbaar zijn is soms een last. Menigeen windt zich tijdens een vakantie op over dingen die achter zijn rug op het werk zijn voorgevallen, omdat hij zijn mailbox niet met rust kon laten of over die dingen is gebeld, terwijl hij een wandeling over het Wad maakte.
Daarbij komt de dwangmatige neiging het mobieltje tevoorschijn te halen om te kijken of iemand een duimpje heeft opgestoken naar aanleiding van die fraaie foto van die lunchmaaltijd die je op Facebook hebt gezet. Niemand kijkt in het openbaar vervoer nog naar zijn medemens, omdat het mobieschermpje alle aandacht opeist.
Wat ik zelf altijd aardig heb gevonden: het moment dat je iemand de weg vraagt of iemand jou de weg vraagt. Iemand bewijst in goede harmonie een onbekende een kleine dienst. En glimlachend vervolgden zij hun weg.
Iemand de weg vragen is al problematisch als de ander aan het bellen is of met een hoofdtelefoon naar muziek luistert. Maar de telefoon zit je nog op andere manier dwars. Als ik nu iemand de weg vraag en die persoon weet het antwoord niet, pakt hij zijn telefoon om uit Google Maps het antwoord op te diepen. (Terzijde: waar ik hij schrijf, bedoel ik steeds hij of zij. Anders krijg je: ‘Hij of zij pakt zijn of haar mobiele telefoon, waarna ik hem of haar recht hartelijk dank.’)
Ondanks de vriendelijkheid van die ander, brengt je dat in de positie van iemand die geen mobie heeft of niet weet hoe hij daarmee om moet gaan. De term sukkel dringt zich op. Ik weet ook wel wat Google Maps voor je kan doen; ik was alleen maar op zoek naar gemak en naar een aardig moment. Intussen wacht ik enigszins beschaamd af wat de uitkomst is van de zoekpoging.
Iemand aanspreken is er dus niet gemakkelijker op geworden. Het enige wat er opzit, is iemand aan te spreken van wie je redelijkerwijs kunt vermoeden dat hij de omgeving kent: een winkelier of – lekker ouderwets – een agent, of iemand die op straat een kinderwagen voortduwt of een boodschappentas torst. Maar die kent dan toevallig dat zijstraatje niet.
Het handigst blijft dan toch: zelf op je mobie kijken. Maar dan trek je je weer eenzelvig terug in je eigen kringetje, waarbuiten niemand anders bestaat. Je zou er autistisch van worden.

Bob Frommé

P.S. Toch nog twee nieuwe, gave, dubbele betekenis dragende warwoorden gevonden die geen homoniemen zijn: sterkers en email. Bédelen/bedélen en bekéren/békeren mogen ook meedoen; negéren/négeren ook, maar ook weer niet wegens het N-woord.

Wartaal (2)

Ik schrijf een stukje over merkwaardige dubbelwoorden/warwoorden zoals valkuil en balkanker en tot mijn onuitsprekelijke genoegen stromen de reacties binnen. Ik dank Stefan, Luc, Eric, Isabel, Paul en Jacqueline.
De warwoorden zijn er in categorieën. 1) De allermooiste, allergaafste exemplaren blijven val-kuil/valk-uil en balk-anker/bal-kanker.  2) Dan zijn er de dubbelwoorden die je met enige goede wil op twee manieren kunt lezen: verfrommel, dijkramp, rotstempel. 3) En je hebt de warwoorden die geen dubbelwoorden zijn: racismerel, kerstomaatjes, pijpetuitje.
Ik zocht vooral de uitbreiding van categorie 1). Ik kreeg twee fraaie voorbeelden binnen: gospel/go-spel en be-amen/beamen (spreek uit: biemen). Ze zijn sterk en mogen meedoen, al wijken ze qua structuur af van de genoemde exemplaren.
De tweede categorie leverde de meeste aanvullingen op. Het is mogelijk dat ik in de natuur met mijn verrekijker een vogel natuur. Het meervoud van balkanker kan ook gelezen worden als Balkan-kers, op voorwaarde dat iemand graag kersen eet die van ver komen. En de crème de la crème van de journalistiek kun je betitelen als top-pers.
Mijn vader had de gewoonte mijn moeder te prijzen voor haar (geringe) kookkunsten. Dan zei hij: “Hulde aan de kook-ster.” Ook die werd me toegestuurd. En als dominee een verhandeling houdt over een bijbelfragment, horen de kerkgangers een verspreek. En nu we het over de bijbel hebben: een bekende farizeeër werd, zoals een lezer zich herinnert, met graagte verhaspeld tot Nico-de-mus.
In de derde categorie warwoorden, de lastpakken die geen dubbele betekenis hebben, maar moeilijkheden opleveren bij het lezen, kwam ik in Rinkeldekink, het schitterende boekje dat Martine Bijl schreef over haar beroerte en de nasleep daarvan, ontbijtkardame tegen. Toevallig stond dat woord aan het eind van een regel, waar het zo werd afgebroken: ontbijt-kardame. Even was ik in verwarring. Wat in godesnaam was kardame? Het had wel iets weg van de smaakmaker kardemom. Ah, maar nee, zo zat het: het was de ontbijtkar-dame in Martines revalidatiecentrum.
Maar genoeg nu over taal! Attentie voor iets heel anders: het volle leven. Daartoe wil ik Martine Bijl aan het woord laten. Iedereen moet weten hoe zij schrijft. Martine komt met haar looprek een vrijwilligster tegen die een vrouw in een rolstoel voortduwt. Die vrouw kan niet praten. ‘Dat doet de vrijwilligster wel voor haar, daar heb je vrijwilligers voor.’
Uitgebreid citaat: ‘“Ik wou u iets zeggen, u hebt heel veel goed gedaan,” zegt ze. “Weet jij wel dat het voor heel veel mensen een steun is, dat jij hier zit? Die mensen denken: als zíj een hersenbloeding kan krijgen, dan kunnen wij het allemáál krijgen. Zo gek is dat dan dus niet. Dat geeft al die mensen steun. Haar ook. Toch? Dat geeft heel veel steun aan ons allemaal.”
‘Ik moet mijn voorraad lulkoek ernstig aanspreken voor het antwoord.’
‘“Graag gedaan,” zeg ik.’
Dat is andere koek dan kardame en bommelding.

Bob Frommé

Wartaal

We kennen allemaal het oude, misleidende rijtje ‘Barneveld, beneveld, pijpetuitje’. En wie die kennis niet heeft, heeft haar nu. Toch zal niemand beneveld verkeerd lezen als dat in een gewone tekst voorkomt. Niemand zal denken dat het misschien over een killing field gaat. (Had dan eigenlijk benenveld moeten zijn.)
Pijpetuitje is al lastiger. Dat behoort tot de categorie warwoorden, woorden waar je op het eerste gezicht aan blijft haken, omdat je niet meteen ziet wat er staat. Je leest niet vloeiend door als het misschien de tuit van een pijp betreft.
Zulke warwoorden zijn er in overvloed. Ik ken iemand die Abchazen aan het begin van een krantenkop las als Abc-hazen. Taalschrijver Ewoud Sanders had het er laatst over in de NRC, dat hij in verwarring was geraakt door een kop met het woord racismerel. Hij dacht: wat voor een merel is dat, een racismerel? Maar die verwarring kan nooit lang geduurd hebben, want een merel met het voorvoegsel racis bestaat niet.
Hij noemde ook het fantastische balkanker. Maar daarbij zag hij iets over het hoofd. Het is weliswaar een warwoord, maar de verwarring is in dit geval zinvol. Het heeft twee betekenissen. Je kunt aan de buitenkant van een muur een anker plaatsen waardoor aan de binnenkant een balk wordt gedragen, en je kunt een woekering in een testikel hebben. Zowel balk-anker als bal-kanker staat in Van Dale. Racis-merel staat er niet in. Racisme-rel ook niet, maar dat is tot het journalistenjargon doorgedrongen.
Ik ken nog maar één woord dat net zo’n verwarrende, maar zinvolle opbouw heeft als balkanker: valkuil. Dit is een gaaf, betekenisvol warwoord, want boven een valkuil kan een ornithologisch verantwoorde valkuil vliegen. Zowel val-kuil als valk-uil staat in Van Dale.
Je hebt ook minder overtuigende gevallen dan balkanker en valkuil. Massagebed. De paus spreekt het urbi et orbi uit en eindigt met: “In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” De verzamelde menigte onder zijn balkon antwoordt: “Amen.” Dit is een massagebed. Maar zijn optreden was voor de man dermate inspannend, dat hij daarna op een massagebed ging liggen om weldadig te worden gekneed. Dit tweevoudige massagebed staat niet in Van Dale.
Met een beetje goeie wil kun je ook rotstempel noemen. Mensen kunnen een kerk binnenstappen die is uitgehouwen in de rotsen. Maar een stempel die te versleten is om nog dienst te doen, kan iemand de uitroep ‘rotstempel!’ ontlokken. Met dezelfde goeie wil kun je ook verfrommel en carnavalshit op twee manieren gebruiken.
Maar de meeste warwoorden hebben, zoals pijpetuitje en racismerel, geen dubbele betekenis en zijn alleen maar lastig om te lezen: kerstomaatjes, receptoren, wolfraam en de klassieker bommelding.
Dan blijven er maar twee gave, dubbele betekenis dragende, woordenboekwaardige warwoordgevallen over: valkuil en balkanker. Zouden er niet meer zijn? Hier moet de knappe kop van een lezer uitkomst brengen.

Bob Frommé

Het geloof regeert

Ze doen het allemaal. Natuurlijk, islamieten moorden andersdenkenden uit, zelfs als die zichzelf ook islamiet noemen. Maar de boeddhisten doen het ook – zie Myanmar – en nu laten ook de hindoes zich van hun fanatieke kant zien. In de deelstaat Kerala (zuidwest-India) gaan woedende gelovigen de straat op, omdat ze het niet kunnen verdragen dat een rechter heeft bepaald dat vrouwen onder de vijftig ook toegang moeten krijgen tot een hindoetempel. Die vrouwen mogen daar niet komen, omdat ze vruchtbaar zijn en dus (ja, dus) onrein.
Ik ben – in mijn naïviteit – diep teleurgesteld. Toen ik in Nepal was, zag ik van de overzijde van een rivier, hoe bij een hindoetempel lijken werden verbrand en niet alleen door hindoes. Boeddhisten mochten het daar ook. Dat zag er tolerant uit. En later hoorde ik dat de enige plek op aarde waar gedemonstreerd werd tegen de aanslag op de Twin Towers Kathmandu was. Hindoes en boeddhisten liepen daar samen in een protesttocht tegen die terreurdaad. Mooi, vond ik.
Maar zie, mijn droombeeld ging aan gruzelementen wegens Myanmar en wegens Kerala. Wat bezielt al die gelovigen? Als je een woedende menigte ziet in Pakistan, die tekeergaat tegen het (kinderachtige) plan van Wilders een Mohammed-cartoonwedstrijd te organiseren, is je eerste reactie dat het een stelletje idioten is. Maar zijn al die mensen werkelijk krankzinnig?
Ik vrees van niet. Het is meer dat ze aan een misvatting lijden. De misvatting namelijk dat God of Allah of Vishnu werkelijk bestaat en dat hun geloof onomstotelijk is en alles rechtvaardigt, ook de haat en moordlust jegens andersdenkenden. Zij hebben God aan hun zijde.
Het merkwaardige is dat niet-gelovigen daar toch een soort respect voor hebben. Niet voor het moorden uiteraard, maar doe iets wat volgens het menselijk fatsoen niet in de haak is of volstrekt irrationeel, en je kunt op begrip rekenen als je zegt dat je geloof je dat voorschrijft. Het geloof is een machtig wapen dat andersdenkenden geen ruimte laat.
Onderteken de Nashville-verklaring tegen homo’s, snijd spartelende schapen de keel door (of wat ik in Turkije heb gezien de keel van een kip met een roestig aardappelmesje), werp stenen naar automobilisten die op sabbath door een orthodoxe wijk rijden, leer kinderen dat ze verdoemd zijn en weiger ze te beschermen tegen enge ziektes die ook anderen kunnen besmetten, wring je in bochten om je aan absurde leefregels te houden, en menige niet-gelovige zal toch proberen begrip op te brengen, want godsdienstvrijheid is belangrijk, nietwaar. Ja, godsdienstvrijheid is mooi, maar niet heilig. Zij is ondergeschikt aan de wetten die bescherming bieden tegen moord, mishandeling (ook van dieren), discriminatie, intolerantie et cetera. Daar helpt geen lieve Heer aan.
Laten we nog een keer duidelijk zeggen wat Nietzsche al wist: God is fictie, God bestaat niet. En toch gaat men in zijn naam schuimbekkend de straat op. Of men ondertekent met de bijbel in de hand een homovijandig pamflet. Het is verbijsterend.

Bob Frommé

 

Geknipt voor u

Het jaar 2019 begint morgen. Dan is het nu dus tijd voor het Grote Terugblikken. We gaan op een denkbeeldige hoogte staan en overschouwen het geaccidenteerde landschap met al zijn pieken, maar vooral dalen. Ik zie Trump, Blok, Huys en al die anderen wier gestalten de jaaroverzichten vullen. Ik laat ze voor wat ze zijn.
Let’s turn to something more jolly, shan’t we? (General Melchett in Blackadder) Ja, we houden het op een gezellig klein lijstje. Ik stel voor: de Slechtste Slogans van het Jaar. Ik kan weer enkele fraaie exemplaren toevoegen aan mijn verzameling, al heb ik het idee dat bedrijven inmiddels met opzet een zo fout mogelijke slagzin bedenken, in de publiciteitsgeile hoop tot de genomineerden door te dringen. ‘Ga niet zelf kutte, bel Ronald Schutte!’ (Stukadoorsbedrijf in Dordrecht) En: ‘We doen wel vrouwen, maar knippen ze niet.’ (Brabantse herenkapper) En: ‘Voor ieder reetje een Aarts w.c.-tje.’ (Brabants sanitair)
De knulligste zijn het leukst. Zo bedacht de Ridderkerkse groente- en fruithandel Verschoor deze: ‘Het is VERS(C)HOOR.’ En een Brabants horrenbedrijf bedacht: ‘Wespen horren buiten.’ Een Limburgse fietsenmaker rijmde lekker ouderwets: ‘Met je fiets in de penarie, bel dan even met Harie.’ Wat sterk doet denken aan een veel oudere slagzin op een Amsterdamse bloemenkraam: ‘Elk vrouwtje gaat blozen van Jopies mooie rozen.’ Of het oud-Rotterdamse ‘Verse waar van Bosselaar’.
Toch halen de slogans van 2018 het niet bij sommige oudere uit de verzameling. Ooit zag ik op een vrachtwagen van transportfirma Arie Kreuk (is al leuk) onder die naam in veel kleinere letters: ‘rimpelloos vervoer’. Ook gezien op een vrachtwagen: ‘Houthandel Jongeneel – het hout nooit op.’ En op een vrachtwagen van een betonfabriek uit de Noordoostpolder stond het werkelijk schitterende ‘C’est le beton qui fait la musique.’ De voldoening van de bedenker straalt ervan af.
Drie jaar geleden werd een Slechtste Slogan van het Jaar-verkiezing gewonnen door schadeherstelbedrijf Joustra uit Halfweg met ‘Een deuk van heb ik Joustra’. Tweede werd een bakker uit Nieuw-Beijerland: ‘Hé! Cake je naar mijn gebak?’
Die foute kapper uit Brabant had dit jaar een hele zin nodig, maar de kappersbranche vult een deelverzameling die alleen uit namen bestaat. Daar zijn kappers uniek in. Knippen, hoofd (head) en haar (hair) nodigen uit tot de wildste woordspelingen: Voor Hem en Haar, De Hoofdzaak, Geknipt voor Iedereen en Haarscherp. Doller wordt het al met: Angelique Knippetiek, Andrea’s Knipschuur, Knappe Koppies en Kapperazzi. We naderen nu de afdeling krankzinnig: Verknipte Kapper, Haarstudio Kapsones, Miron de Haarfluisteraar, Scalp Studio en Waarom Haarom. Probeer het maar eens te bedenken.
De meeste inspiratie halen de kappers niet uit haar, maar uit hair. Hair lijkt op air. Een kleine greep: Hairport, Hair Force 1, Zit je haircut? en de Hairmitage (op de Zaagmolenstraat). Ja, die kappers weten wat. De fraaiste, meest vergezochte kwam ik tegen in Zierikzee: Culihair. Haarom moest ik onbehaarlijk lachen.
Gelukkig nieuwjaar! (Als ik kapper was geweest, had ik daar natuurlijk gelukkig nieuwhaar van gemaakt.)

Bob Frommé