Architectenlatijn

Ik heb zin in een heerlijk potje architectenlatijn. Architecten zijn namelijk meer dan ontwerpers van gebouwen. Zij zijn ook tegen de klippen op zelfbenoemde kunstenaars, en kunst moet nu eenmaal worden omgeven door een waas van woorden.
Mijn kampioen in dezen is ir. Wiel Arets. Dat is geen kleine jongen. Ontwierp het Groningse stadion de Euroborg, de Utrechtse Universiteitsbibliotheek en woontorens op het Amsterdamse KNSM-eiland en bij de Rotterdamse Erasmusbrug. Verder wordt hij ook gerespecteerd als theoreticus en bracht hij het tot hoogleraar in Berlijn en Chicago.
Arets weet wel weg met taal. Zijn ontwerpfilosofie is niet zomaar een ontwerpfilosofie. Hij liet zich terdege inspireren door de ideeën van Rossi en Grassi. Ik ken Rossi en Grassi niet, maar ze lijken me een leuk stel. Hier komt de duiding van Arets: ‘De architectuur wordt beschouwd als een dynamisch proces, waarbij de continuïteit in ruimte en tijd centraal staat, en waarbij men stelt dat de architectuur een antwoord moet geven op het probleem van de realiteit door zichzelf te zijn…’
Hier bestaat de gelegenheid het voorhoofd te fronsen en – als u het licht ziet – instemmend te knikken en te mompelen: “Ja, jezelf zijn is iets moois. Waar zouden we blijven als de architectuur niet zichzelf was, maar iets anders? De maan boven de Wieringermeer bijvoorbeeld of een stapel linkerwanten. Dan zou van dat bouwen verdomd weinig terechtkomen!”
Ik vraag de lezer nog even door te bijten, want Arets heeft zelf een zo mogelijk nog hoger gegrepen visie: ‘Architectuur is een instrument van gedachten, constant in opwachting. Het is een feest voor de geest, met als belangrijkste functie de potentie. Ze probeert in een gerealiseerd fragment uit te drukken wat in feite niet uit te drukken is, wat we niet kunnen vatten binnen een enkelvoudige uitdrukking; ze probeert door de uitdrukking van het fragment een oneindig aantal uitdrukkingen op te roepen.’ Wie het niet begrijpt, kan het nog altijd beschouwen als een zeldzame woekering van woorden.
Ooit werd Arets geïnterviewd in Elsevier. Als je dat leest, zie je meteen: hier is een groot kunstenaar aan het woord. Hij schudt de ene paradox na de andere uit zijn gewijde mouwen.
Hier komt er één: “Een van de essenties van architectuur is: bewegen. Ik heb het altijd over een cinematografische waarneming. Waar je ook zit, je neemt ruimte waar.” (Instemmend gemompel. “Dat is ergens zo.”)
Verderop wordt het nog mooier: “Alle gebouwen zijn interieurs. Wij mensen kunnen nooit buiten zijn. Als je door een weiland loopt, ben je ook binnen. We zijn altijd in een ruimte en of dat de Sahara is of de bibliotheek van Utrecht maakt niet uit. Ik benader alles vanuit interieuriteit.” In de Sahara ben je binnen! Geef ons nog meer van die glanzende paradoxen.
Ja, deze: “Ook als je alleen bent, leef je samen.” Dit moge een opluchting zijn voor alle eenpersoonshuishoudens, het roept ook een mist op waarin een mens gemakkelijk kan verdwalen.
Het is wel zo, dat gehollewaai van een architect niet per se betekent dat wat hij maakt, onzin is. De Bazel aan de Amsterdamse Vijzelgracht is een schitterend gebouw. Architect Karel de Bazel ontwierp het volgens theosofische principes. Vage mystiek kan dus wel degelijk tot een mooi resultaat leiden. Die anthracietkleurige, 22 verdiepingen tellende woontoren op het KNSM-eiland is geen belediging van het oog. Die Arets weet wat hij doet, zou je zeggen. Daar plaatste bewoner Tim Krabbé de nodige kanttekeningen bij.
Over zijn uitzicht vanaf de negentiende had hij geen klachten, maar het gebouw heeft irritante kenmerken. Krabbé: ‘Aan de toegangsdeur van dit gebouw is de huiseigenarenvereniging tonnen kwijtgeraakt, omdat het oppervlak ervan zo groot is, en de wind op dit eiland zo raar kan staan, dat het voor lieve oude dametjes als mijn moeder soms onmogelijk was om die deur open te trekken. Toen er een naar binnen draaiende deur van werd gemaakt, kreeg zij hem met een beetje wind méé met haar pink open, maar dan was de dranger weer meteen kapot. Natuurlijk snap ik ook wel dat een kunstenaar er geen rekening mee kan gaan houden dat deuren open en weer dicht moeten. Het eind zou zoek zijn. Nu hebben we een schuifdeur. Goddank mocht het van Arets.’
Dit doet denken aan de hoge, zware deur van de dames- en heren-wc in het Amsterdamse Rozentheater (niet van Arets), die in het midden scharnierde, waardoor het binnengaande mannetje de deur, door die naar zich toe te trekken, pardoes in het gepoederde neusje van het uitgaande vrouwtje duwde. Toen iemand lelijk had klemgezeten, hebben ze die deur maar een tijdje schuin vastgezet, met het grote nadeel dat je bij de mannen en de vrouwen naar binnen kon kijken.
Krabbé weer: ‘De benedenverdieping bestaat uit een zaal, die zorgvuldig zo is ontworpen dat er niets mee te doen valt. Wat mij echter het meest aan die zaal verbaasde, was dat de ramen daar niet van de vloer doorlopen tot aan het plafond, maar op twee derde van de hoogte overgaan in steen, of gestuct beton – in ieder geval iets waar je niet doorheen kan kijken. Een soort oogkleppen. Wel een beetje stom van die architect, vond ik, want nu kon je de overkant niet zien, en alleen maar het water. Jaren later zag ik een interview met Arets waarin hij zei dat dit expres was – op deze wijze zorgde hij ervoor dat wij één zijn met het water.’
Ooit zei architect F.J. van Gool over zijn kantoorgebouw aan de Weteringschans te A’dam: “Wat ik daar gemaakt heb, is een solo van 312 ramen, zo heb ik het willen maken, dat is mijn karakter.” Daartegen is Gerrit Komrij in Het boze oog (1983) al eens uitgevaren. Maar zelfs Gerrit kon niet voorkomen dat architecten zijn doorgegaan met het produceren van gelul ter begeleiding van hun ontwerpersactiviteiten. We moeten dus vrezen dat de toestand hopeloos is.
Met lichte verbijstering ernaar kijken is het enige, want mezelf in wanhoop van een 22 verdiepingen tellend gerealiseerd fragment met potentie werpen ben ik vooralsnog niet van plan.

Bob Frommé

PS Dit stuk verschijnt eerlang in Argus

2 thoughts on “Architectenlatijn

  1. Indringende, sprankelende en ontnuchterende analyse Jos ! Alarmerend voorbeeld van elitair gedrag losgezongen van de esthetische en praktische behoeften van de gebruikers ! Hgrt

    mr Floris G. Oskam

    PnO Consulting Legal & Business consultant

    M 06 410 24 338

    Bestuursvoorzitter Stichting OKB http://www.ondernemersklankbord.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.