Andersvalide

Een mens komt wel eens ergens, of je nu een oude witte man bent, zoals ik, of een medelander met een migratie-achtergrond. Zo kwam ik laatst in een gezondheidscentrum. Zo’n plek des heils is te verkiezen boven een penitentiaire inrichting, op voorwaarde dat je aandoening ver verwijderd is van de gevreesde ziekte en dus ook van de palliatieve zorg. Ik ben gelukkig niet chronisch ziek en ik ben zeker niet bedlegerig. Ik heb geen visueel uitgedaagde vlek voor de reeds door Els Borst gesignaleerde lichte ongepastheid van de term ‘bedlegerig’.
Ik zag op de parkeerplaats tot mijn grote genoegen bij een aantal parkeervakken P-borden met de tekst ‘bijzondere doelgroepen’. Ik nam aan dat het mensen betrof die zich buiten hun automobiel in een rolstoel voortbewegen. De kiesheid waarmee de in een speciale commissie benoemde aandachtspersonen voor deze rolstoelloze oplossing hadden gekozen, had op mij een weldadige uitwerking.
Ik meldde mij goedgemutst aan de balie, waar een uiterst vriendelijke, volslanke dame van Caribische afkomst mij verwelkomde. Zij vroeg me welke lichamelijke beperking mij ertoe bracht een bezoek te brengen aan haar gezondheidsinstituut. Ik zei, nadat ik om herhaling van haar woorden had gevraagd, dat ik auditief was uitgedaagd. (Voor je het weet, bezondig je je aan – moeilijk woord – validisme, waardoor je mensen met een beperking onnodig stigmatiseert. Dus zeg nooit Oost-Indisch doof, blinde vlek, schele dakduif, kreupelhout of stomme hond, gebruik ook nooit een manke vergelijking en doe nooit spastisch.)
Ik weet wat het is om een beperking te hebben. Door de mijne had ik zelfs moeten afzien van een rol in het toneelstuk Sneeuwwitje en de zeven hoeders van het woud. Ik zou oorspronkelijk een van de hoeders spelen, maar mijn auditieve beperking zat in de weg, waarbij nog kwam dat mijn aanzienlijke lengte de geloofwaardigheid van de rol ernstig belemmerde.
Dit nu vertelde ik niet aan de gastvrouw met niet-westerse achtergrond. Ik wilde haar niet lastigvallen met mijn medisch-culturele problematiek noch met mijn persoonlijke history – al helemaal niet omdat history een niet-inclusieve, masculiene term is die suggereert dat er niet zoiets is als her story. Ze verwees me door.
Op weg naar de medisch specialist liep ik door een gang met aan weerszijden kamers die gevuld waren met lichamelijk beperkten. Of wat je beter kunt zeggen: mensen die anderszins bekwaam waren. Er lagen cliënten in verschillende levensfasen. Zo zag ik een senior die, naar het zich liet aanzien, negentig jaar jong was. Het ene fysieke ongemak na het andere vroeg hier om specialistische behandeling. En dat in de stellige verwachting dat de gezondheidscliënt niet heen- of naar gene zijde gaat of het tijdelijke met het eeuwige moet verwisselen. De mensen maken liever geen rit in een rouwauto op weg naar een gedenktuin en zeker niet, ouderwets grof geformuleerd, in een lijkwagen naar een dodenakker.
Ik hoopte wel dat de vermeende hoogopgeleidheid van mijn specialist niet zou leiden tot arrogantie en neerbuigendheid. Bijvoorbeeld jegens de vermeend laagopgeleide interieurverzorgsters of plantsoenharkende milieumedewerkers die in en om het medisch instituut werkzaam zijn.
Ik ben zelf opgegroeid in een Vogelaarwijk/krachtwijk, waar een groot deel van de populatie al lang niet meer actief betrokken is bij het arbeidsgebeuren of onlangs boventallig is verklaard. Ik weet dus precies hoe de sociaal-economisch gedepriveerde, geldelijk minvermogende medemens zijn of haar waardigheid moet zien te bewaren. En dat tegenover de algehele dominantie van de gestudeerde bovenlaag, die vaak een tot slaaf gemaakte is van zijn eigen vooroordelen.
Mijn specialist bleek een man te zijn. Dat ligt helemaal niet voor de hand, zoals u weet. Er zijn nog andere genders ook namelijk! Dat inzien vergt wel een stukje awareness. Ik moest enkele tests ondergaan en dat leverde geen ongewenste sensitieve sensaties op, zoals je dat bij de tandarts kan overkomen. Een onverdoofde zenuwbehandeling komt neer op wat in militaire kring treffend wordt aangeduid met ‘verbeterde ondervragingstechniek’. In die kring gaat ook wel eens iets níét goed, bij een precisiebombardement bijvoorbeeld, met ‘bijkomende schade’ voor de omwonenden. Dat is dan wel een puntje.
De KNO-arts bleek te lijden aan een relatieve tekortkoming in zijn uiterlijke verschijning. Let wel, lelijkheid bestaat niet, schoonheid zit van binnen. Mij hinderde het niet, maar ik ben dan ook een heteroseksuele homo sapiens, die daarom wel liever te maken had gehad met een goed gelukt vrouwspersoon. De arts was bovendien zeer kundig en vriendelijk. Dat was maar goed ook, want aan onvriendelijkheid heb ik een broertje levenloos. Ik word dan dermate gebelgd, dat ik met alle macht moet worden gesensibiliseerd. Een enkeling zou me dan misschien willen neutraliseren, maar daar bestaan wetten tegen en praktische bezwaren.
Mijn auditieve beperking bleek vrij ernstig te zijn. Ik was dus een persoon die speciale aandacht verdiende. Ik behoorde in zekere zin wel degelijk tot een bijzondere doelgroep. Dat ik daartoe eigenlijk over een op wielen voortbewogen zetel zou moeten beschikken, beschouw ik als een vorm van discriminatie.
Ik werd voorzien van een auditieve prothese en met verende tred verliet ik, na een sanitaire stop, zonder ondersteuner het gezondheidscentrum. Mij kreeg je niet geestelijk beperkt of uitgedaagd. Ik bleef in mijn kracht staan en wist dat ik voortaan als blijmoedige andersvalide door het leven zou gaan.

Bob Frommé

P.S. Dit stuk verschijnt morgen in het blad Argus

4 thoughts on “Andersvalide

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.