Iets onvergeeflijks

Als je niet zo’n dikke nek hebt als Mart Smeets, is een publiek optreden geen sinecure. Mensen kijken naar je, terwijl jij iets moet doen wat zij hopelijk willen zien. Jij presteren, zij waarderen. Maar waar haal je het zelfvertrouwen en de moed vandaan? Wie denk je dat je bent?
Sommige mensen hebben dat zelfvertrouwen ogenschijnlijk vanzelfsprekend, ook zonder een uit zijn voegen barstend ego. Ik heb eens op Vlieland een grotendeels geïmproviseerd optreden gezien van Joris Lutz en Mike Boddé. Ze hadden nauwelijks voorbereidingstijd gehad, omdat Boddé zich moest bekommeren om zijn doodzieke vader. En op de veerboot vanuit Harlingen had hij te horen gekregen dat zijn vader was overleden. En toch een optreden dat in al zijn losheid stond als een huis. Ik vond het verbluffend knap. En benijdenswaardig.
Ik treed soms op, maar ik ben geen Smeets, gelukkig, maar helaas ook geen Joris of Mike. Ik moet het hebben van de vorm van de dag. Soms kan een blik op het publiek al genoeg zijn om de zenuwen de baas te worden en een zekere vrijheid en ontspanning te voelen of zelfs je brutaalste zelf te zijn. Maar het spant erom.
Vorige week trad ik met mijn muzikale wederhelft Theo – we zijn het akoestische duo Blind Vertrouwen – op in Burgh-Haamstede. De locatie was een kleine, gerestaureerde ‘bewaerschole’, die nu dienst deed als galerie – een mooie, lichte, kapelachtige ruimte. Ik had die nacht wegens de onderhuidse spanning belabberd geslapen en had er dus een hard hoofd in. Maar zie, na mijn openingspraatje voor het publiek van zo’n veertig welwillende mensen gingen we los, en met verve. Het ging gewoon hartstikke goed.
De ideale toestand is: dingen doen die je niet van tevoren heb bedacht, omdat je je volkomen vrij voelt. Zo inspireerde de hoge, hol klinkende ruimte me tot het zingen van een stukje Gregoriaans (‘Gloria, laus et honor tibi sit, Rex Christe Redemptor’). Het sloeg eigenlijk nergens op en toch was het passend en juist.
De interactie tussen Theo en mij liep heel goed, beter nog dan anders. Als de spanning groter is, kom je daar veel minder aan toe. Maar die ontspanning had kennelijk ook een keerzijde. Het zangertje begon zich groot en sterk te voelen, de koning in dit kleine rijk. En vanuit die eigenwaan deed hij iets onvergeeflijks.
We speelden een lekker, ironisch rock&roll-deuntje dat kon slaan op politici wie het naar de bol is gestegen: Ik stem op mij (refrein: Ik wil het en ik kan het, geef mij de heerschappij/ Ik doe en ik zal het, ik stem op mij). Aan het eind hoort een break te komen waarin nog één keer Ik stem op mij moet klinken. Maar Theo vergat die break en speelde door, waarop ik – en nu komt het – mijn hand op zijn snaren legde. Een doodzonde, natuurlijk.
Wat ik deed, gebeurde in het zicht van iedereen. Een heterdaadje. Goddank kon Theo zich er snel overheen zetten, waarvoor ik hem zielsdankbaar was. Zo kwam het toch nog goed met dat optreden, maar het schuldgevoel was immens.

Bob Frommé

One thought on “Iets onvergeeflijks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.