Rinus van de Earring

Vorige week stond in de Vara-gids een interview met Rinus Gerritsen. Onnodig te zeggen dat hij de bassist was van Golden Earring en onnodig te zeggen dat het een leuk interview was. Hij vertelde dat de Earring ooit optrad in hetzelfde tv-programma als The Who en dat die gasten niet alleen hun T-shirts met verkeersbordenopdruk aantrokken, maar ook strakke broekjes, waarin ze handdoeken propten om een gevuld kruis te suggereren. En dat was maar één van de vele verhalen.
Ik luister liever naar muzikanten dan naar schrijvers. Als je fijne anekdotes wilt horen, moet je bij een muzikant zijn. Wat een schrijver meemaakt, maakt hij mee in zijn hoofd terwijl hij aan zijn schrijftafel zit. Een muzikant gaat de wereld in, maakt contact met de medemens, beleeft avonturen.
Er is nog een groot verschil. Schrijven is een particuliere worsteling, muziek maken is een sociaal gebeuren van heb ik u daar. Daar komt bij dat de schrijver op allerlei nauwelijks uit te leggen technische problemen stuit, terwijl de muzikant technische problemen heeft die goed uit te leggen zijn. Het is heerlijk een gitarist te horen vertellen waarom de Dimarzio Dp191-bk Air Classic Bridge Humbucker Black zo fantastisch klinkt. En een bassist kan je duidelijk maken waarom zijn verveloze Precision uit ’63 met zijn zompige geluid zo veel beter past bij de harde punt van de moderne bassdrum dan zijn fonkelnieuwe Lakland.
Maar het belangrijkste verschil tussen muzikanten en schrijvers is dat muzikanten veel minder last hebben van kinnesinne en opgewekter zijn dan schrijvers, al zal men tevergeefs zoeken naar het zelfhulpboek Leven is lachen met medewerking van Ian Curtis en Kurt Cobain.
Rinus Gerritsen beantwoordt helemaal aan het bovengeschetste opgewekte profiel van de muzikant. Dat wist ik al, doordat ik hem een keer langdurig geïnterviewd zag worden in het bovenzaaltje van een café. Hij kon op een natuurlijke manier namen laten vallen omdat een internationale band als de Earring nu eenmaal op grote namen stuit. In een club in New York spelen en dan links vooraan Janis Joplin zien zitten, de legendarische jarenzestigzangeres met de geweldige krijsstem. En dan na afloop iemand op je af krijgen die Chas Chandler heet. Je moet een zekere leeftijd hebben om dan te roepen: “De bassist van The Animals! En de manager van Jimi Hendrix!”
Rinus vertelde, daartoe uitgenodigd, dat Chandler een bassist nodig had voor Jimi en of hij, Rinus, daar interesse in had. Maar ja, hij zat in de Earring en weinig mensen wisten toen hoe groot Hendrix was of nog zou worden. Mooi als je zoiets kunt vertellen.
De Earring werd almaar groter in Amerika. Ze promoveerden van voorprogramma tot special guest en na de hit Radar love tot hoofdact. Toen Little Feat, de beste band ter wereld volgens Frommé, bij de Earring in het voorprogramma stond, is Barry Hay nog naar hun kleedkamer gegaan om zich voor die volgorde te verontschuldigen.
Veel later, toen Hendrix in The Band of Gypsys speelde, ontmoette Rinus diens drummer, Buddy Miles. “Er kwam een grote neger op me af, die me zo hard omhelsde dat ik het er benauwd van kreeg. Hij dacht dat ik Neil Young was.”
Nu de Earring is opgehouden te bestaan door de tragische ziekte van George Kooymans, blijft Rinus muziek maken, onder andere in een Hendrix-coverband. Ook dat vertelde hij in de Vara-gids.

Bob Frommé

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.