Hinierg giegge frrtr-tit

Gerard Reve is – altijd netjes erbij zeggen: volgens mij – onze grootste naoorlogse schrijver. Hij schreef nauwelijks fictie, zijn beste werk is puur autobiografisch. Ik vrees dat mensen onder de veertig hem niet kennen of niet waarderen, zeker als ze voor hun lijst De Avonden hebben moeten lezen. Ik ken iemand die dat geweldige boek elk jaar leest, zo tegen de kerst. Dat is ware liefde. Maar allemachtig, Reve is oud nieuws. Althans voor de meeste mensen.
Daarom is het altijd fijn als iemand anders uit liefde weer eens naar hem wijst. Laatst deed Sylvia Witteman dat. Ze begint die column zo: ‘Mijn oude vader werd 83, een klein wonder, gezien zijn afkeer van verse groente, fruit of lichaamsbeweging en zijn imposante staat van dienst op het gebied van roken, zuipen, fatale vrouwen en tweedehandsgehakt.’
Haar vader heeft een vreemde verzameling oude stofzuigers. Hij heeft dus alles al. Wat moet je zo’n man dan nog geven? Witteman: ‘Toen we hem opbelden om het te vragen, bleek zijn telefoon kapot. Wij hoorden slechts iets als ‘hienierg giegge frrrt tit’.’ Het cadeauprobleem was daarmee opgelost.
Ik veerde enorm op bij die passage, maar om een andere reden. Er zit namelijk een verwijzing in naar Gerard Reve. Als jonge verslaggever was hij ooit bij vakbondsvergaderingen waar iemand wiens strottenhoofd door karton was vervangen, geregeld het woord nam. Gerard verstond dan: “Hinierg giegge frrtr-tit.” Hij begreep dat die klanken ‘meneer de voorzitter’ moesten betekenen. Sylvia had die verwijzing uit het hoofd geciteerd. Ze kon het nergens terugvinden. Toch knap, want het scheelde bijna niks. Ik heb het na lang zoeken gevonden en dat aan haar laten weten: op de eerste twee bladzijden van Lieve Jongens.
Ik heb haar meteen ook laten weten dat Gerards broer Karel over dat verschijnsel van een verborgen verwijzing iets moois heeft geschreven. (Bonus: nu kon ik Gerard en mijn favoriete non-fictieschrijver Karel in één adem noemen.) Ik citeerde het slot van een uiteraard lovend stukje dat ik schreef toen Karels Verzameld Werk nog op losse schroeven stond.
‘Van het Reve had het over een literaire kunstgreep, waarbij een schrijver een (grappige) toespeling maakt die maar voor heel weinig mensen te begrijpen is. Nabokov heeft daar een handje van door bijvoorbeeld een Russisch woord in een Engelse tekst te smokkelen. Van het Reve schrijft dan: ‘Het effect van dit soort grappen is een heel speciaal effect, niet dat van de snob die herkent wat hij moet herkennen om voor vol te worden aangezien, maar het effect dat iemand ondergaat die opeens een vriend op de tram ziet voorbijrijden.’ (Einde Karel-citaat.)
‘Die zin maakt grote indruk op mij, door die vriend op die tram, maar ook omdat ik het prachtig en opluchtend vind dat hier een gunstige theorie wordt ontvouwd. Daar is onafhankelijkheid van geest voor nodig. De gemakkelijkste en voor de hand liggendste weg is hameren op dat snobisme. Dan zit je altijd goed. Je kunt nooit worden beschuldigd van halfzachtheid of onwil om de waarheid onder ogen te zien. De meeste of misschien zelfs alle auteurs zouden hier hameren. Alleen Karel van het Reve niet.
Begrijpt u nu waarom ik vind dat dat verzameld werk er moet komen? Nee? Laat dan maar, en tot nimmer weerziens.’
Ik dank Sylvia Witteman voor dat vriend-op-de-tram-moment.

Bob Frommé

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.