Kamerwater

Ik wist het niet, maar ik heb last van kamerwater. Nu ja, van de afvoer ervan. De goede verstaander voelde het al aankomen: dit is aflevering zoveel van het Medisch Bulletin van Bob ‘Ik heb nergens nooit geen last van’ Frommé. Welkom in Bobs Medisch Hoekje. Ik mag dan een maand geleden naar Vlieland zijn gefietst zonder elektrieke ondersteuning, de krakkemikkigheid rukt op.
Bij elke nieuwe stap op die krakkemikkigheidsweg leer ik nieuwe begrippen, die ik met een genietende grijns aan mijn woordenschat toevoeg. Kamerwater is er zo een.
Wat is er dan met dat kamerwater? Wel, dat zit in je oog en het verzorgt de spanning in je oogbol, opdat het zaakje niet in elkaar klapt. Maar als de afvoer van dat water (het ‘trabekelsysteem’) verstopt zit, loopt de spanning op, waardoor de oogzenuw wordt aangetast. Die schade is onomkeerbaar. Dan zie je minder en, als je er niets tegen doet, op den duur helemaal niets meer. Die verstopping heeft een naam: ‘open-kamerhoek glaucoom’. Dan weten we dat ook weer.
Op naar het oogziekenhuis aan de Schiedamse Vest. Ik was er voor het eerst. Hier gooit het oog hoge ogen. Een wachtruimte heet hier om onnaspeurlijke redenen Knipoog. Op de muren hangen onooglijke, wazige portretten die slechtziendheid symboliseren, en overal staan uitdrukkingen zoals ‘een oogje hebben op’, ‘geen oog dichtdoen’, ‘door het oog van de naald kruipen’, et cetera. Ik leerde ook een nieuwe uitdrukking: ‘het oog ziet altijd van zich af’. Slechtzienden worden in de lift bediend door een vrouwenstem die waarschuwt dat de deuren opengaan dan wel sluiten.
En kijk daar: een man die zojuist een staaroperatie heeft ondergaan. Staar? ‘Cataract’ zul je bedoelen. Om te voorkomen dat de geopereerde in zijn oog wrijft, draagt hij een beschermende halve bol over dat oog. Omdat de man die ik zag, aan twee ogen was geopereerd, vertoonde hij een sterke gelijkenis met Donald Duck.
Ik onderging drie testen: een oogmeting, een scan en een grondig onderzoek door een arts. Mijn ‘gezichtsvelduitval’ geldt alleen mijn linkeroog. Ik zie er bijna niets meer mee. De koele jonge arts stelde, na druppeling met een gemeen goedje, haar diagnose: aangetaste oogzenuw. Een oudere collega die ze raadpleegde, bevestigde dat ik oogdruppels moest gebruiken, maar zei ook dat een staaroperatie nuttig zou zijn. Ik had maar een beetje staar, maar het zou de oogdruk verminderen en mijn zicht verbeteren.
Heel goed, maar ik had toch nog een vraag die niets met mijn aandoening te maken had: vanwaar een speciaal oogziekenhuis? Oké, je had het Antoni van Leeuwenhoek tegen kanker, kinderziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen, maar geen KNO-ziekenhuis om maar iets te noemen. Mijn arts verloor haar koelte. Ze keek naar me alsof ik een mens was. Ze had zichzelf die vraag kennelijk nooit gesteld en een goed antwoord had ze niet.
Ik mocht dan wel links blind zijn en rechts doof, overblijfsel van de Ziekte van Menière, ik was goddank wel een mens.

Bob Frommé

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.