Hugo Camps

Ruim een week geleden overleed de Vlaamse interviewer/columnist Hugo Camps. Hij schreef, ook voor Elsevier en de NRC, veel over sport, en altijd in barokke taal. In de necrologieën die over hem verschenen ‘dansten zijn woorden over de pagina’ en waren zijn columns ‘meesterwerkjes’. Niet iedereen ging daarin mee. Ik al helemaal niet. Bijna acht jaar geleden hield ik zijn stijl tegen het licht. Ik wil daar de lezer opnieuw deelgenoot van maken. Het zal duidelijk zijn dat hier het adagium ‘over de doden niets dan goeds’ met enig schouderophalen wordt begroet. Dat stukje ging zo:

Als schrijvertje kijk je naar andere schrijvertjes. Hoe doen die jongens en meisjes het. Je kijkt ernaar met bewondering, afgrijzen of onverschilligheid – alles in gradaties, natuurlijk. Maar er is er eentje hors catégorie: Hugo Camps. Naar hem kijk ik met verbijstering. 
Hij is de Vlaamse voorvechter van de melancholie en de passie. Ik zou haast zeggen de typisch Vlaamse voorvechter, maar dat is slechts een vermoeden. Hij wordt alom geroemd wegens zijn ‘meeslepende stijl’.  
Ik heb een verzameling aangelegd van campsjes, uitingen van totaal ongeremde, krankzinnige lyriek. Hij hield zich nog in toen hij in de NRC over Chris Froome schreef: ‘In deze hele Tour heeft Chris Froome niets van zichzelf blootgegeven. Hij stond erbij alsof hij was opgetrokken uit zoutzuilen.’ Dat geforceerde beeld van die zoutzuilen was Camps op zijn allereenvoudigst. 
Ooit zat hij tegenover de Nederlandse schaatster Yvonne van Gennip. Hij zag langs haar voorhoofd ‘kristallen paarden draven’. Zoiets kan alleen Hugo Camps zien en daar is hij fier op. Hij zag nog veel meer: ‘De zorgvuldig opgestoken haren doen denken aan barokmuziek, avondjurken en vlinderkusjes. Yvonne van Gennip zonder schaatsen: een alfadame, bijna Victoriaans verschemerd achter een kreeftensla.’  
In de wereld van Hugo Camps zijn sporters geen gewone mensen. Zij zijn, in zijn termen, intuïtieve existentialisten met een gekwetste, koortsige ziel. Ze lijken eigenlijk allemaal op Hugo Camps. En op elkaar, want toen Frank Rijkaard wegging bij AC Milan, meende Camps dat die nu tijd had ‘voor experimentele chaos, barokmuziek en vlinderkusjes’. 
Rijkaard mompelde wat over zijn vertrek uit Milaan. Dat mompelen schreeuwde om een duiding: ‘Woorden als schaduwen op rijm die uit een masker van alledaagsheid kwamen gevallen.’  
Dit is niet te overtreffen, zou je zeggen. Toch wel. Ruud Gullit ging ook weg uit Milaan, maar werd door het Nederlandse volk ‘alleen gelaten’. Camps bedacht daar deze nog dramatischer wending voor: ‘Nu het einde nadert, wordt hij als een stalinistische schimmel aan de kant gezet.’ 
Verzin het maar eens, die stalinistische schimmel. Ja, hij had ook kunnen schrijven dat Gullit aan de kant werd gezet als het maanzieke paard van Sinterklaas. Het is volkomen onzinnig. 
Volgens mij zit het zo: niet alle poëzie hoeft meteen begrijpelijk te zijn, maar niet alles wat onbegrijpelijk is, is vanzelf poëzie. Het kan ook lariekoek zijn. Dankzij het misverstand dat onbegrijpelijkheid hetzelfde is als poëzie, kan Camps elk beeld dat bij hem opkomt tot vondst promoveren (zie ook de tekstschrijver van Bløf).  
Heel veel mensen vinden het prachtig. Misschien is dat nog het onbegrijpelijkst. Als ik daaraan denk, voel ik me een opgevouwen persoonlijkheid die bloed drinkt uit een vissenkom. 

Bob Frommé

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.