Stukjes

De vorige keer dat ik in het Oogziekenhuis was, kreeg ik van een jonge arts een onbevredigend antwoord op de vraag waarom er een speciaal oogziekenhuis was en bijvoorbeeld geen KNO-ziekenhuis. Nu was ik er weer, ditmaal als voorbereiding op mijn aanstaande staaroperatie. Ik stelde de vraag opnieuw, nu aan een wat oudere verpleegkundige. Ze zei dat dit ziekenhuis ooit een kliniek was die werd opgericht door een stel ondernemende artsen. Dat bouwden ze uit tot ziekenhuis. Dus het was in zekere zin toeval. De vraag naar een oogbehandeling was altijd al groot geweest, maar nu alleen nog maar groter geworden, door de vergrijzing. “Specialistische ziekenhuizen zijn de trend.” (De term grijze staar heeft overigens niets met die vergrijzing te maken, hoewel het klinkt als staar bij grijsaards, zoals ook de door glaucoom veroorzaakte groene staar niet verwijst naar iemand die zich blindstaart op het milieuprobleem.)

Je hebt voor zowel mannen als vrouwen allerlei negatieve termen. Cryptogrammenmakers hebben een duidelijke voorkeur voor de vrouwonvriendelijke variant. Die zijn geschikter doordat ze vaker een dubbele betekenis hebben en dus gemakkelijker in een opgave te verwerken zijn. Ik noem muts, tang, nest, ka, pin. Dat gaat zo: gaan op kop bij slome dames. Oplossing: mutsen. Vervelend mens dat het signaal geeft om ongedierte te verwijderen: tekentang. Beestachtig bazige vrouw binnen het bedrijf: orka (een lastige). En er is – poging mijnerzijds – misschien ook iets te doen met ‘sieraad in haar oor’: lellebel. Als je woke wilt zijn, kun je cryptogrammen maar beter links laten liggen.

Toen ik in Utrecht woonde, at ik geregeld in een Portugees restaurant op de Biltstraat. Daar werkte een Braziliaanse die Nederlands sprak met een enorm Portugees accent. Bij het verlaten van het restaurant riep ze ‘tot ziens’ Althans, dat wilde ze, maar het klonk als ‘tot zie-oensj’. Veel later interviewde ik filmer Frans Weisz. Dat ging zo goed, dat ik er jolig van werd. Bij het afscheid riep ik op de trap: “Tot zie-oensj!” Daarop legde Weisz mij uit dat hij geen Sefardische, maar een Asjkenazische jood was. Heerlijk misverstand. En einde anekdote.

Op het eiland Vlieland liep ik met wat lege flessen naar de glascontainer. Voor mij was een vrouw bezig een aanzienlijke hoeveelheid wijnflessen weg te werken. We groetten elkaar vriendelijk. De vrouw had behoefte haar flessenarsenaal te verklaren. Ze zei: “Zo, het was gisteren een erg leuk verjaardagsfeest.” Die gêne bij de glasbak was herkenbaar. Zelf heb ik de lichte neiging, als iemand bij de bak naast de mijne staat, tussen alle wijnflessen duidelijk zichtbaar een lege augurkenpot door de opening te duwen. Kijk, ik heb heus niet alleen maar alcoholisch glaswerk bij me. Mijn moeder had een term voor dat lullige anderen naar de ogen kijken: menselijk opzicht. Het is in de loop der tijd sterk verminderd, maar ik ben er nog niet helemaal van verlost.

Wat zeg je als je tijdens een lange fietstocht een terras ziet waarop je aanstonds zult neerstrijken? “Na inspanning komt ontspanning op een uitspanning.” Ik stel deze zegswijze kosteloos ter beschikking aan de Nederlandstalige mensheid. Geen dank.

Bob Frommé

Advertentie

One thought on “Stukjes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.