Catechismus van het Cliché

Mijn favoriete columnist is Myles na Gopaleen, bij een enkeling beter bekend als de schrijver Flann O’Brien (1911-1966). Hij was in Ierland net zo groot als Simon Carmiggelt hier, al neemt die roem, net als die van Simon, zienderogen af. Een van Myles’ uitvindingen is de Catechismus van het Cliché. De echte catechismus begint met de vraag: waartoe zijn wij op aarde? Antwoord: wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te worden. (Tuurlijk.) Datzelfde stramien hanteerde Myles, maar dan op geheel eigen wijze.
Dat ging ongeveer zo. (Ik doe er zelf wat dingen bij.) Een veel voorkomende gelegenheid is de uitvaart van een medemens. Wat is de aard van het verlies? Onherstelbaar. Wat had de overledene voor iedereen over? Een vriendelijk woord. Wat stond hij voor iedereen? Altijd klaar. Wat kon je dus altijd op hem doen? Bouwen. Wanneer komt het moment dat we hem zullen vergeten? Nooit.
Ik doe Myles na. We bevinden ons in een vol voetbalstadion. De keeper van de thuisploeg verzuimt een gemakkelijk schot tegen te houden. Hoe ziet die keeper er uit? Niet goed. Wat doet het daarop volgende fluitconcert? Striemen. Waar kwam dat? Hard bij hem binnen. Toch werd de wedstrijd uiteindelijk toch nog gelukkig gewonnen door de thuisploeg. Het strafschopgebied van de tegenstander leek af en toe wel een flipperkast. Op welke wijze werd meermalen gescoord? Door een woud van benen. Wat blijft immers voetbal? Voetbal.
Anekdotisch terzijde. Ooit – internet bestond nog niet – belde een sportverslaggever een wedstrijdverslag door naar de krant. Daarin werd gescoord door een woud van benen. De stenotypiste kende die uitdrukking niet en in de krant stond uiteindelijk dat er was gescoord door Wout van Benen.
Terug naar de catechismus. We gaan naar de oude binnenstad van Rome, Parijs of Amsterdam. Wat doen die steden? Ze bruisen. Zo’n stedentrip kan niet zonder een bezoek aan een terras. Wat doen we op dat terras? Neerstrijken. Tijdens onze zwerftochten door de stad komen we in een wijk die zelfs Ella Vogelaar niet had kunnen redden. In welke hoedanigheid zouden we daar gevonden willen worden? Nog niet dood.
Om de hectiek van de grote stad te ontvluchten, gaan we nog
naar een pittoresk dorpje op het nabijgelegen platteland. Wat heeft de tijd daar gedaan? Stilgestaan. Het was een mooie vakantie. Waarin werd bij thuiskomst het verhaal daarover aan vrienden en kennissen gedaan? In geuren en kleuren. 
Thans gaan we over naar enige clichés die in het bovenstaande ontbreken. Wat is de aard van dat ontbreken? Jammerlijk. En wat is de aard van deze flodders? Los. Gewoon wat catechismusvragen. Wat kunnen omstandigheden doen? Samenlopen. Waar omstandigheden zijn, zijn factoren niet ver weg. Waar komen die factoren samen? In een complex. Waar bevindt zich wat de toekomst voor ons heeft? In petto.
Wat komt er aan alle goede dingen? Een eind. Dat geldt ook hier. Hoe gaat steller dezes er daarom vandoor? Als een scheet.

Bob Frommé

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.